MERKEN

Elk potje, vaasje of vondst heeft een verhaal, waar komen ze vandaan en wie heeft het gemaakt? 
Op deze pagina kan je het verhaal vinden over alle potjes, vaasjes en vondsten die ik verkoop in mijn winkeltje!

Bay Keramik
Bay keramiek

Bay Keramiek West Germany
Gestart door Eduard Bay in 1933 tot de jaren 80. Bay’s bekendste ontwerper was Bodo Mans. Bay was een van de grootste producenten en maakte een aantal zeer goede ontwerpen. Ze hebben ook een aantal zeldzame speciale glazuren gemaakt die absoluut fantastisch zijn. Ze produceerden echter ook een enorme hoeveelheid kitsch, toeristisch materiaal en ontwerpen met een twijfelachtige esthetische waarde.

merken Cermano
Ceramano

Ceramano (1959-84) West Germany
Ceramano werd opgericht door Jakob Schwaderlapp, die ook Jasba runde, om een duurder bedrijf te worden, meer als een studio dan de meeste commerciële kunstpotten. De kwaliteit was hoog en de productiecijfers waren relatief laag. Terwijl de productie van de meeste commerciële pottenbakkerijen helemaal is gegoten (hoewel vaak met de hand wordt gewerkt in de decoratie), heeft Ceramano zowel gegoten als met de hand gemaakte potten.

Ontwerpers waren Gerda Heuckenroth en Hanns Welling. Topdecors omvatten Pergamon, Rustica en Rubin plus zeldzaamheden zoals Saturnus. Veel van de meer subtiele glazuren blijven ondergewaardeerd. Kleikleur varieert van lichtbruin tot zeer donkerbruin.

merken - De Gats
De Gats

De Gats (Der Gasse =de steeg) 1954-1983 Nederland
De Gats is opgericht door Hans Custers in 1954 in kasteel Den Halder, Valkenburg Limburg.
Dieren, vrouwen en Afrika hebben Custers geïnspireerd tot het maken van mooie afbeeldingen.

De afbeeldingen werden uitgespaard. Er werden lijnen in gekrast en de omgeving werd met een scherp mesje ontdaan van de laatst aangebrachte laag.

Het bedrijf sloot zijn deuren in 1983.

merken Dumler & Breiden
Dumler & Breiden

Dümler & Breiden (1883-1992) West Germany
De fabriek startte haar productie in 1883 en was gevestigd in Höhr-Grenzhausen, een plaats die bekend werd vanwege de vele keramiekfabrieken. De oprichters waren Peter Dümler en zijn zwager Albert Breiden. Peter was ontwerper en was opgeleid door Reinhold Hanke & Simon Peter Gerz. Albert, die was opgeleid door zijn oom S.P. Gerz leidde het bedrijf.

In het begin werd er veel traditioneel aardewerk geproduceerd zoals bierkannen, punchbowls en bekers. Na de oorlog, tijdens de ‘keramiekboom’ van de 50- en 60-er jaren, maakte het bedrijf een periode van sterke groei door. D&B was van 1930 tot eind 1980 één van de toonaangevende keramiekfabrieken. De productie van bierkannen was het grootst tussen 1890 en de jaren-30 van de vorige eeuw. De productie van bierkannen stopte in 1957.
Een serie bijzondere vazen werd ontworpen en is herkenbaar aan het merk ‘RELIEF’ aan de onderzijde.
Aan het eind van de jaren 60 ontwikkelde men een koperkleurig glazuur, waar fijne koperdeeltjes in verwerkt zijn. Het geeft in het licht een schitter-effect.  Dümler & Breiden was erg succesvol maar liep achter op de marktleiders van die tijd Ruscha en Scheurich. Het bedrijf sloot de deuren in 1995.
Ontwerpers die bij Dümler & Breiden in dienst waren zijn naast Peter Dümler: Paul Zimmerling, Rudolf Christmann, Rudolf Kügler en Albin Camillo Müller.

merken Ecri Katwijk
Ecri Katwijk

Ecri katwijk Nederland
Ecri pottenbakkers is een ollands ambachtelijk familiebedrijf, al generaties bezig om kwalitatief hoge producten te vervaardigen. Vanuit hun huis ontwerpen ze de potten en maken ze de kleuren. De potten zijn gebakken op ongeveer 1250 °C zodat ze waterdicht en sterk worden.

Ecri pottenbakkers; al vele jaren een familiebedrijf met hart voor het ambacht.

Eiwa Keramiek 1956-1993 West Germany
Eiwa-Keramik werd in 1956 opgericht door Erich Eisbach en Leo Wagner in Ransbach-Baumbach.

De belangrijkste ontwerpers waren Leo Wagner en Rita Hamraub. Alle vazen zijn handgemaakt. De meeste in sgraffito-stijo gemaakt van roodbruine klei.

Eiwa Keramik is meestal goed identificeerbaar, omdat op Eiwa vazen en bloempotten vaak de decornaam ingekrast op de bodem staat. Meestal gaat het daarbij om een vrouwenennaam; Andrea, Rita, Marina, Gabi, en Carolyn bijvoorbeeld. Later noemden ze ook vazen naar Griekse en antieke steden en nog weer later werden Europese steden als Oslo vernoemd. De meegebakken letters en cijfers zien er handgeschreven uit. De sticker van Eiwa lijkt erg op die van Sawa, maar Eiwa heeft geen ‘kroontje’.

merken - Esterwelda
Steingutfabrik Elsterwerda

Steingutfabrik Elsterwerda GmbH 1900 -1990 East Germany
De kleine fabriek werd in 1900 opgericht door Mr. Korsukewiez. Veel beroemde ontwerpers en beeldhouwers werkten in de fabriek, bijvoorbeeld de ontwerper Ursula Fesca die er tussen 1928 en 1931 werkte of andere bekende kunstenaars zoals Siegfried Möller , Grete Gottschalk en Franz Eggert .

Naast normale huishoudelijke artikelen produceerde de fabriek ook keramische klokken tijdens de Art Deco periode.

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog werden sommige machines en ovens gedemonteerd en naar de Sovjetunie gestuurd als onderdeel van de reparatieovereenkomst. Helaas is dat ook de tijd waarin het hele bedrijfsarchief verloren ging; men gelooft dat het ofwel werd vernietigd of met de machines werd weggenomen.

De bijna gestripte fabriek was amper operationeel na de oprichting van de Duitse Democratische Republiek, maar herstelde zich langzaam, om snel zijn vroegere productieaantallen in te halen. In 1972 werd de fabriek genationaliseerd en omgedoopt tot VEB Steingut Elsterwerda ; het gaf werk aan meer dan 400 mensen tijdens piekmomenten en ging door met de productie tot de Duitse hereniging in 1990.

merken - Erica keramiek fabriek
fabriek Erica
Erica
Erica keramiek

Erica keramiek- en Aardewerkfabriek 1932-1976 Nederland
Op 9 april 1932 werd in Hoogezand de Ceramiek- en aardewerkfabriek Erica door de gebroeders Geert en Jelle Nijborg en Fritz Rehfeld opgericht in de oude conservenfabriek Erica. Deze naam werd door de nieuw fabrikanten overgenomen.

In 1935 werd aan de Eendrachtsweg een nieuwe fabriek gebouwd waar Paulus Marinus Happel uit Gouda verantwoordelijk was voor een nieuwe en moderne vormgeving. 

Met 45 werknemers was Erica een geduchte concurrent voor de keramiekfabriek ADCO.

Door een conflict besluit Fritz Rehfeld alleen verder te gaan en opent een eigen keramiekfabriek onder de naam Irene.  Deze voorzag zijn aardewerk niet van een fabriekslogo waardoor Irene aardewerk niet te herkenen is, Waarschijnlijk is veel aardewerk onder de handelsnaam WENCO op de markt gekomen. Keramiekfabriek Irene werd in 1954 overgenomen door Confido.

In de jaren 60 kwam het gebruik van plastic sterk opzetten, reden waarom de productie van Erica terugliep en in 1976 uiteindelijk haar deuren moest sluiten.

Es Keramik
Es Keramik

ES Keramik 1921-1974 West Germany
Es Keramik werd opgericht in Rheinbach in 1921 door Josef Emons & Söhne. Het bedrijf werd in 1948 gesplitst (vanwege financiële problemen als gevolg van de oorlog). Door deze splitsing ontstonden twee fabrieken (ES en Marei).
ES werd gerund door Josef Emons en Marei gerund door Jean Fuss.

Willi Hack was de belangrijkste ontwerper van 1954 tot 1974, Hans Kraemer, die in 1952 begon, produceerde alle vormen tot 1968 en produceerde 15-20 ontwerpen per jaar.

In 1971 had ES ongeveer 70 mensen in dienst, maar in 1974 werd de fabriek gesloten.

merken - Flora Gouda Holland
Flora Gouda Holland
merken Flora Holland
Flora Holland

Plateelbakkerij Flora Gouda Nederland
Plateelbakkerij Flora was een van oorsprong Goudse fabriek van plateel, die bestond van 1945 tot 1994. Frans Eikenboom (1881-1966) was al in 1927 in Gouda met de productie van aardewerk begonnen. In 1945 richtte hij met zijn zoon Peter Antonius Eikenboom (1907-1981) de Flora-fabriek op. Die werd gevestigd in Stolwijkersluis aan de Gouderaksedijk. Bij de overstroming van 1953 leed het gebouw flinke waterschade en werd een nieuwe fabriek gebouwd.

In de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw was Flora een toonaangevende en vernieuwende producent van sier- en gebruiksaardewerk. De min of meer abstracte decors op schalen, vazen, borden, en dergelijke vielen in de smaak. Flora-keramiek werd een belangrijke beeldbepaler in veel interieurs van die jaren.

Door de veranderende smaak van de consument en de groeiende internationale concurrentie raakten Nederlandse aardewerkfabrieken zoals Flora problemen met afzet en winstgevendheid. Flora trachtte de steeds diverser wordende vraag van de consument te volgen door op de markt brengen van nieuwe vormen en decors. Voor nieuwe ontwerpen werden kunstenaars van naam en faam aangetrokken, zoals de Duitse professor Karl Friedberg.

In 1974 kwam Flora in handen van International Citrus Products, dat de fabriek economisch en logistiek reorganiseerde. Het bedrijf kwam in de jaren zeventig met traditionelere decors die niet meer met de hand waren geschilderd maar via onderglazuur-transfers op het plateel werden aangebracht.

Eind jaren zeventig werd het productieproces doelmatiger opgezet en modernere keramische technieken ingevoerd. Een verhuizing naar Hardenberg in Overijssel maakte daar onderdeel van uit. Met overheidssubsidie werd in 1980 een nieuwe fabriek gebouwd, de modernste fabriek van keramiek in Nederland. In Overijssel was voldoende betaalbaar personeel te vinden, dat door de veranderde productiemethoden niet ambachtelijk keramisch geschoold behoefde te zijn.

De massaproductie leverde producten van minder artistieke kwaliteit en genereerde bovendien weinig winst. Halverwege de jaren tachtig keerde bij Flora het kunstzinnige tij. Met jonge veelbelovende keramiek-kunstenaars zoals Jeroen Bechtold (1953), Pauline Wiertz (1955), Cees Christiaans (1956) en Dorothé van Agthoven (1950), haalde Flora weer creativiteit in huis. Het bedrijf wist ook de gerenommeerde glaskunstenaar Floris Meydam (1919) uit Leerdam te contracteren. Daardoor maakte Flora tot in de jaren negentig nog steeds spraakmakend keramisch design.

n 1989 werd Flora overgenomen door keramiekfabriek Royal Goedewaagen in Nieuw-Buinen, dat oorspronkelijk ook een Goudse plateelfabriek was. De fabriek in Hardenberg werd in 1994 gesloten, de productie van het plateel van Flora werd verplaatst naar Nieuw-Buinen. In 1996 stopte Goedewaagen – als gevolg van de tegenvallende vraag – de productie van keramiek met Flora-design.

merken - Studio Fris
Studio Fris
Studio Fris
Studio Fris

Studio Fris Aardewerkfabriek 1947-1969 Nederland
De oprichters Gerrit Fris sr. En Gerrit Fris jr. namen in de oorlog in 1943 het kunstaardewerkfabriek N.V.  de Volharding over. Vanaf 1947 begonnen  ze in een voormalige kantine van Fokker Vliegtuigfabrieken in Edam met ontwerkpers Willem Hendrik de Vries, Nel Bruynzeel, Dick Gerrits,

Fris maakte huishoudelijk gebruiksaardewerk en luxe gebruiksartikelen, zoals vazen, petit four-, gebak- en pindastellen dat opviel door hoge esthetische eisen dat zich uitte in strakke vormen en frisse kleuren met enigszins getinte glazuur. De nadruk lag op een hoge gebruikswaarde, zoals stapelbaar servies waardoor minder ruimte nodig was in de kast. 

De Vries bepaalde tot 1962 de vormgeving van Fris, waar hij gebruiksaardewerk en een collectie luxe gebruiksartikelen ontwierp. In de eerste jaren van het bestaan van de fabriek werd nog veel aardewerk met de hand gedraaid, daarna werden steeds meer artikelen gegoten.

Het servies Edam was het eerste theeservies dat werd gemaakt in 1947. In de jaren 1948 en 1949 volgden een koffie- en ontbijtservies van hetzelfde model. In 1950 kwam er een compleet servies Edam op de markt, eerst alleen in de kleur grijs, later (vanaf 1952) in de kleuren prinsessen blauw, lichtblauw, donkerblauw, geel en groen. In de jaren ’50 werden Servies Symfonie en Servies Fris-Palet geproduceerd. Eind 50-er jaren introduceerde Studio Fris het succesvolle servies Jubilant met een veel hardere keramische scherf dan het vergelijkbare porselein.

Begin jaren zestig begon Fris met de vervaardiging van de serie Tipica, geen complete serviezen, maar sets en losse voorwerpen. Ook geïntroduceerd in de jaren zestig waren het servies Cleopatra (1961), het meer barokke servies Marijke in 1963 ontwikkeld door E. Truyen en J. Lucassen, het weer strakkere servies Cordella in 1967 door De Vries ontworpen en het servies Bonnie in 1969 ontworpen door Floris Meydam.

In 1969 nam Potterie de Driehoek de N.V. Keramische Industrie Fris uit Edam over.

Castillo-Gouda-Holland

Gouds Plateel Nederland
Gouds plateel is een verzamelnaam voor zowel glanzend als mat geglazuurd aardewerk, zoals dat door verschillende plateelfabrieken in Gouda werd geproduceerd.

Het Gouds plateel vindt zijn oorsprong in de jugendstil- en art-nouveau keramiek van rond 1900, dat vervaardigd werd door onder andere Plateelbakkerij Rozenburg in Den Haag. In de jaren twintig en dertig van de 20e eeuw was de plateelindustrie in Gouda een van de belangrijkste bedrijfstakken met veel werkgelegenheid.

De decoratie van Gouds plateel is afhankelijk van de oorsprong en verandert door de jaren heen. Toch is er een aantal specifieke en onderscheidende kenmerken te benoemen:

Florale afbeeldingen tot abstracte op florale onderwerpen gebaseerde vormen
Expressief kleurgebruik op basis van intense kleuren en kleurcontrasten
In vergelijking met andere Jugendstil relatief stevige lijnvoering

Bij het Gouds plateel zijn twee soorten plateel te onderscheiden:
– glanzend plateel – geschilderd in doorgaans donkere kleuren en afgewerkt met loodglazuur –  werd aanvankelijk geproduceerd door Plateelbakkerij Zuid-Holland;
– mat plateel – daarna de belangrijkste vorm van Gouds plateel – werd ontwikkeld door Plateelbakkerij Zuid-Holland alsook door Plateelfabriek De Distel in Amsterdam welke in 1922 werd overgenomen door Goedewaagen.

De voor Gouds plateel gebruikte techniek is die van faience. Hierbij wordt het aardewerk eerst gebakken in de oven. Dit tussenresultaat heet biscuit. Het aardewerk wordt vervolgens gedecoreerd met een “onderglazuurverf”. Daarna wordt het aardewerk voor een tweede keer gebakken en ontstaat het eindresultaat. De schildering versmelt tijdens de tweede keer bakken met de glazuurlaag en wordt er zo ingebrand.

Naast eerder genoemde bedrijven zijn er nog diverse andere aardewerkfabrieken in Gouda geweest, die ook deze vormen van Gouds plateel op de markt hebben gebracht, onder andere de ‘familiebedrijven’ van het pijpmakersgeslacht Van der Want:
-van der Want en Barras (Hollandia en Regina);
-P. van der Want (Ivora);
-P.J. van der Want (Zenith).

merken - Holkham
Holkham Studio Pottery

Holkham 1951-2007 Engeland
Holkham Studio Pottery werd opgericht in Holkham Hall, Holkham, Norfolk in 1951. Het bedrijf, dat aardewerk produceerde, werd Holkham Pottery Ltd in 1961.

Het aardewerk werd in 1951 opgericht door Lady Elizabeth Leicester en werd gefinancierd door de 5e graaf. Hij veranderde de 19e-eeuwse was- en bowlingbaan in een lichte en heldere aardewerkstudio die een extra aantrekkingskracht op Holkham creëerde en ook belangrijke lokale banen opleverde, onder meer voor zijn vrouw en twee oudste dochters. Al snel werd Holkham pottery in het buitenland verkocht.

Cyril Ruffles, die op de steenfabriek werkte, had door de krijgsgevangenen leren potten en kreeg daarom een ​​baan aangeboden bij de pottenbakkerij. In de daaropvolgende jaren werd hij hoofdwerper en een van de meest geliefde figuren van het aardewerk.

Wilton Elston werd aangenomen als ontwerper en ontwierp een aantal iconische stukken, zoals de Elizabeth-mokken en theeserviezen, waarvan er meer dan een miljoen exemplaren werden verkocht, en zijn kathedraalmokken, waaronder ontwerpen voor bijna elke kathedraal in Engeland.

De meest populaire ontwerpen die uit het aardewerk kwamen, waren de Chevron thee- en dinerserviezen en de Snowdrop-reeks die tot op de dag van vandaag in de hal te vinden zijn. Meer nieuwe stukken die de aandacht van bezoekers trokken, waren de Moo Milk Savers, die op de bodem van een pan zaten en de melk stopte met overkoken, en de Wally Wet Tail, een groene rups met een poreuze staart die kamerplanten water gaf.

Holkham pottery zorgde in een moeilijke tijd voor cruciale banen voor het landgoed. Op zijn hoogtepunt had het aardewerk bijna 100 mensen in dienst en was het de grootste lichte industrie in Noord-Norfolk. Helaas, als gevolg van veel goedkopere importen uit China en Taiwan, daalde de verkoop en werd er in 1991 bezuinigd. De handel ging door tot 16 jaar na de bezuinigingen, maar het aardewerk verdiende niet genoeg geld om door te gaan. In 2007 sloot Holkham pottery zijn deuren.

Het merkteken is een struisvogel binnen twee concentrische cirkels. Pre-1961-versies van het merk hebben ‘Handgemaakt in’ in de binnenste cirkel en ‘Holkham Pottery, Norfolk England’ tussen de twee cirkels. Vanaf 1961 verschijnen de woorden ‘Made in England’ in de binnenste cirkel en ‘Holkham Pottery Ltd, Norfolk’ tussen de cirkels.

merken Jasba
Jasba

Jasba (1926-heden) West Germany
Enkele van de meest felgekleurde vazen die in de jaren tussen 1950 en 1971 uit West Duitsland zijn voortgekomen, kwamen van Jasba, opgericht in 1926 door Jakob Schwaderlapp in Ransbach-Baumbach. In 1971 werd de productie van vazen stopgezet. Jasba bestaat nog steeds maar hun productie bestaat voornamelijk uit tegels voor keukens en badkamers. De belangrijkste ontwerpers waren Cilli Worsdorfer en Christine Reuter.

merken - Jema
Jema Holland

Jema Holland 1955-1984 Nederland
In augustus 1942 namen Jelis Mager en zijn broer Johan Willem Mager bestaand partnerschap over van de heer J. Meussen; dit partnerschap bestond al sinds 1920.

In 1945, net vlak na de Tweede Wereldoorlog startte ze een keramische studio. Op 27 april 1953 verhuisde dit kleine bedrijf naar het ‘Fort Willem Way’ ook in Maastricht. Op 25 november 1955 werd het oorspronkelijke partnerschap verbroken en richtten de twee broers de JEMA KERAMISCH ATELIER NV (jema ceramic studio) op, de eerste JE die voor Jelis en MA stond en voor Mager stond.

Op 25 november 1955 was jema officieel in bedrijf. Er kan worden gesteld dat het een echt familiebedrijf was. Op 28 juni 1984 werd het bedrijf insolvent verklaard en moest het zijn deuren sluiten.

merken - Marei
Marei Keramik

Marei Keramik Marei (Majolikafabrik Rheinbach) 1948-2017 West Germany
Vroeger werd Marei beschouwd als een vrij klein bedrijf dat piekte in de jaren vijftig. Maar beter onderzoek wees uit dat ze een groot bedrijf waren dat het beste werk van de jaren zestig en zeventig deed.

Marei was oorspronkelijk een onderdeel van ES Keramik maar werd zelfstandig in 1948. De grondleggers van deze firma, gesticht in 1929 en gevestigd in Rheinbach, waren Jean Fuss en zijn zonen. De belangrijkste ontwerper die bij Marei in dienst was is Bodo Mans in 1956.

Gemaakt van rode klei en afgewerkt met een typisch purperen glazuur dat Marei vaker heeft gebruikt. Op de bodem staat ‘made in germany’ ingegraveerd, het vorm nr. bestaat uit twee getallen die onder elkaar zijn geplaatst met een dwarsstreep ertussen en er zijn drie krassen met de hand aangebracht. Dit laatste komt men vaker tegen bij deze potten en is waarschijnlijk en soort handtekening van de maker.

n 2012 ging het bedrijf met toen nog 56 vaste werknemers ook al failliet, maar toen kon de productie op het 15.000 vierkante meter grote bedrijfsterrein nog verder gaan. Het familiebedrijf maakte tot net voor het einde nog 40.000 bloempotten per dag. Onder de naam Marei Keramik
zijn de producten door heel Europa verkocht.

merken - Marzi & Remy
Marzi & Remy

Marzi & Remy 1879-1996 West Germany
Marzi & Remy werd opgericht in 1879 door Anton Marzi en zijn zwager Simon Peter Remy en was gevestigd in Höhr-Grenzhausen (Westerwald). Er werkten rond 1910 ongeveer 100 werknemers bij de firma.

Dit bedrijf is het meest bekend door zijn stenen drinkbekers en bierpullen met het typische ‘Westerwälder Salzglasur’. Maar ook is er een groot assortiment vazen, wandtegels en schalen geproduceerd in de prachtigste vormen en glazuren. Gustav Thinwiebel was als ontwerper werkzaam bij Marzi & Remy, van zijn hand kwamen zeer veel bierpullen in de zogenaamde ‘altdeutschen’ stijl. Hiermee worden bedoeld de dekoren die gebaseerd zijn op voorbeelden uit de Renaissance en die tussen 1871 en ca. 1900 zeer geliefd waren. Zijn ontwerpen zijn herkenbaar doordat ze gesigneerd zijn met GT.

Rond 1900 behoorde Marzi & Remy tot de leidende producenten en kon bekende ontwerpers zoals Henry van de Velde, Albin Müller en  Peter Behrens aantrekken. Tijdens de tweede wereldoorlog werd de productie omgeschakeld naar die van eenvoudig servies.

Het bleef voorlopig nog bij de productie van de traditionele producten. Pas nadat in 1953 Otto Georg Bühler, een neef van Simon Peter Remy de leiding over het bedrijf overnam werd ook het assortiment aan de vraag van de tijd aangepast. Hij stapte in 1951 over naar de ‘ Porzellanfabrik Christian Seltmann’ in Weiden, waar hij veel kennis opdeed met glazuur en ervaring kreeg met massaproductie.

Hij werkte naast zijn functie als bedrijfsleider ook als keramist en ontwerper van glazuren en decoren. Volgens zijn opgave heeft hij ongeveer 5000 decoren ontworpen. Erika Bühler presenteerde in 1953 een collectie met asymmetrische vormen die tot dan toe alleen in porcelein bekend waren.

In het begin van de jaren 80 ging het economisch minder met de firma en uiteindelijk volgde een faillissement. In 1990 werd de fabriek overgenomen door ‘Steingutfabrik Staffel’. De laatste bedrijfsleider Rainer Faber probeerde de onderneming te redden.

Als ‘M+R Keramikfabrik GmbH’ heeft het bedrijf tot 1996 bestaan, hierna  sloot de fabriek de deuren.

merken Mosa Maastricht jaren '40
Mosa Maastricht

Mosa Maastricht 1883-heden Nederland
Mosa werd opgericht in 1883 door Louis Regout in Maastricht (Mosa is de Romeinse benaming van Maastricht).

Mosa maakte aanvankelijk blauw Chinees porselein. Na de komst van industrieel ontwerper E. Bellefroid in 1947 kreeg het bedrijf een belangrijk aandeel in  de vormgeving van serviezen. Tegenwoordig produceert Koninklijke Mosa voornamelijk tegels. Mosa porselein heet nu Maastricht porselein.

Aan de brug kun je zien in welke periode het voorwerp gemaakt is. Vanaf 1918 gebruikte men de brug met 7 bogen, vanaf 1940 telde de brug 5 bogen en in 1950 ging men over naar de brug met 3 bogen.

merken - Pieter Groeneveldt
Pieter Groeneveld merkteken
Pieter Groeneveldt

Pieter Groeneveldt 1938-1973 Nederland
Pieter Groeneveldt was kunstenaar, keramist, dichter en aardewerkfabrikant. Hij volgde een opleiding als kunstschilder aan de Rijksacademie te Amsterdam. Daar had hij les gehad van Antoon Derkinderen en Nicolaas van der Waay. Teleurgesteld in zijn werk als portretschilder begon hij een bloemenwinkel, Sheherazade. Zijn bloemwerken zette hij graag om in keramiek. Dat bracht hem in aanraking met de fabriek Amphora.

Zijn eerste aardewerk maakt hij bij de Tegel- en Fayancefabriek Amphora te Oegstgeest, waar hij draailessen kreeg van Gerrit de Blanken. Omstreeks 1925 had hij een eigen atelier in Wassenaar. Sinds 1927 had hij een werkplaats in Voorschoten aan de Donklaan, waar in 1938 de aardenwerkfabrikek Groeneveldt werd opgericht. Na het faillissement in 1973 werd de fabriek overgenomen door Delfos dat zelf in 1987 failliet ging.

Pieter Groeneveldt gebruikte gedurende zijn lange loopbaan een aantal verschillende signaturen. Producten werden gemerkt met stempels, met stickers en door middel van met de hand ingekraste initialen.

Een aantal vaste elementen komen telkens terug: het gebruik van de initialen PG en de toevoeging HOLLAND. De drie wassende manen verwijzen naar het wapen van de gemeente Voorschoten, maar maken tevens deel uit van het Groeneveldt familiewapen.

Merktekens werden in principe altijd aangebracht op de bodem van de vaas, ofschoon lang niet alles werd gemerkt. Dikwijls zijn de signaturen deels uitgewist of bedekt door glazuur, en daardoor minder goed leesbaar.

merken - ruscha keramiek
Ruscha Keramik

Ruscha Keramik 1905-1996 West Germany
Ruscha werd opgericht in 1905 door Georg Schardt en heette oorspronkelijk Klein & Schardt. In 1948 nam zijn zoon Rudolf Schardt het bedrijf over en noemde het toen Ruscha. Ruscha was één van de leidende fabrieken in de ‘gouden eeuw’ van het keramiek- tijdperk. Zij produceerde topstukken van zowel vazen als wandtegels. Er werden in de jaren-70 wandtegels ontworpen met uitgesproken lava glazuren. Deze prachtige expressieve vormen werden gemaakt voor zowel binnen- als buitentoepassing.
In 1955 telde de onderneming 150 werknemers waarvan er 40 op de decoratieafdeling werkten.

De meeste van de beste ontwerpers werkten ooit bij Ruscha, waaronder Kurt Tschörner, Otto Gerharz, Hanns Welling en Adele Bölz. 

Net als andere keramiek bedrijven werden vormnummers opnieuw gebruikt voor andere modellen, wat erg verwarrend kan zijn.

Ruscha sloot haar deuren in 1996.

De  naam Ruscha is nu eigendom van Scheurich. 

merken - Sawa Keramiek
Sawa Keramik

Sawa Keramik 1904-1992 West Germany
Sawa werd in 1904 opgericht door Frans Schwaderlapp en was gevestigd in Ransbach-Baumbach. Aanvankelijk als fabriek voor slijpmiddelen maar al snel werd overgeschakeld naar de productie van ongeglazuurde vazen en potten.

De uitbreiding van het programma met sierkeramiek ontstond pas na het einde van de tweede wereldoorlog. In 1951 werd onder de naam ‘SAWA-Keramik’ met de productie van handmatig en op kunstzinnige wijze vervaardigd keramiek aangevangen.
Heinrich-Maria Müller was in dienst als belangrijkste ontwerper van 1951 tot 1965. Hij ontwierp en decoreerde eigenhandig talrijke vazen. De vormen en decors waren er in 3 varianten K =Kerbschnitt: handmatig aanbrengen van groeven in de ongebakken klei, ook wel sgrafito), P (=plastischer Kerbschnitt) en
S (=sigilata: aanbrengen van reliëf door het bedrukken met figurenstempels). Deze methodes waren vaak zeer arbeidsintensief en dus kostbaar.

Enkele bekende decornamen zijn Andrea (1959), Köln (1959), Mallcorca (1961), Malta (1962) en Pisa (1962).

Het bedrijf was tot de verkoop in 1992 in bezit van de familie Schwaderlapp.

merken Scheurich
Scheurich 529-25

Scheurich (Foreign) 1954-heden West Germany
Alois Scheurich en zijn neef Fridolin Greulich richtten in 1928 een groothandel in glas, porselein en keramiek op in Schneeberg bij Amorbach. In 1938 vestigde Scheurich zich in Kleinheubach en bestaat nog steeds.
In 1948 begon men met de fabricage van huishoudkeramiek. In 1954 stopte Scheurich met de groothandelsactiviteiten en werd de firma Scheurich KG Keramikfabrik opgericht. Men richtte zich helemaal op het zelf vervaardigen van keramiek. Aanvankelijk maakten ze vooral sierkeramiek voor jaarmarkten. Vervolgens stapte men over op de productie van vazen, figuren, schalen, wandtegels en lampvoeten.

Begin jaren 70 zorgde Scheurich, door lage prijzen gecombineerd met opvallende designs voor een miljoenenomzet. De strategie van Scheurich daarbij was even simpel als doeltreffend: dezelfde modellen werden telkens van andere decoraties voorzien. De ontwerpen werden twee maal per jaar aan de veranderende smaak van het publiek aangepast. De belangrijkste ontwerpers waren Heinz Siery, A. Seidel, Monica Schödel-Müller en Werner Nowka.

De meest succesvolle vaasmodellen zijn er in tientallen glazuuruitvoeringen (decors). Heinz Siery ontwierp vaasmodel 271-22 in 1959 en die ging decennia lang met de mode mee. Een andere belangrijke designer voor de vormen was A. Seidel. De belangrijkste designer voor de glazuren was Oswald Kleudgen. Enkele bekende motieven zijn Montignac (1972-1973; handgeschilderd) en Amsterdam (uienmotief/Zwiebeldekor; 1974-1975).

merken - Staffordshire England
Staffordshire Grindley

Staffordshire porselein Engeland
Staffordshire is het centrum van de porselein productie in Engeland. Met name het gebied van Stoke-on-Trent is al sinds 1740 het belangrijkste porseleingebied in heel Groot-Brittannië en vanaf 1800 zelfs het belangrijkste centrum voor de porseleinindustrie van de hele wereld.

Staffordshire telt ontelbare makers van porselein, zgn. ‘potteries’. U zult dan ook heel veel verschillende namen ontdekken als u op zoek gaat naar Staffordshireporselein. De naam ‘Staffordshire’ geeft dus het gebied aan waar het porselein vandaan komt en is dus niet de naam van de maker. Met een servies uit Engeland haalt u niet alleen kwaliteit in huis maar tevens een bijzonder mooi, typisch Engels product. De Engelse serviezen onderscheiden zich van bijv. de Duitse serviezen, want waar die meestal no-nonsense zijn, daar zijn de Engelsen dol op krullen en talloze versieringen.

Artelier de Steenuil
Artelier De Steenuil

Atelier De Steenuil 1947-1997 Nederland

Keramisch Atelier De Steenuil uit Rijswijk is in 1947 door Henk Goosen (1924-1997) opgericht. Henk Goosen is begonnen als leerling bij de fabriek van Brouwer uit Leiderdorp. Daarna bij pottenbakkerij De Zeven Vensters totdat deze failliet werd verklaard in 1949.

Goosen ging als zelfstandig pottenbakker door en verhuisde naar Rijswijk. Er zijn vooral vaasjes en vazen gemaakt bij Atelier De Steenuil, veelal voorzien van het karakteristieke bruisglazuur.

Het meeste aardewerk van Atelier De Steenuil is duidelijk herkenbaar, vaasjes met een donkere onderkant en daarboven een wit bruisglazuur met in het midden een groene of roze tint. Daarnaast zijn er ook een aantal vazen gemaakt met een glad glazuur. Door het bruisglazuur hebben sommige vazen raakvlakken met het aardewerk van Groeneveld.
De meeste vazen en schotels van De Steenuil zijn aan de onderkant gemerkt met de afbeelding van een uiltje op een poot.

(bron: Capriolus)

merken - op stokjes gebakken
Op stokjes gebakken (proenen)

Op stokjes gebakken (proenen)
Oud aardewerk werd op stokjes (proenen) gebakken en hebben altijd 3 proen-merken aan de onderkant, 3 puntjes of streepjes op de plaats waar de stokjes hadden gezeten.

Het aardewerk werd in ovens gebakken die over het algemeen niet groter waren dan een kubieke meter. Deze ovens werden dicht gemetseld en gestookt op takkenbossen. Dit proces duurde een week.

Om ze veel mogelijk aardewerk tegelijkertijd te bakken werd er gebruik gemaakt van stokjes. Deze stokjes zorgde ervoor de objecten elkaar niet raakten zodat het glazuur niet zou beschadigen en de objecten niet zouden versmelten met elkaar.

Na het bakproces werden de stokjes van de objecten afgebroken. Dit liet kleine beschadigingen achter op de onderkant, de 3 proen-merken.

merken - Strehla
Strehla

Strehla Keramik 1828-1989 East Germany
Strehla werd gevestigd in 1828 in Dresden. In sommige bronnen wordt vermeld dat het bedrijf zijn naam heeft van de plaats Strehla in Saxen en dat het oorspronkelijk daar gevestigd was. In 1930 werd de firma overgenomen door Steingutfabrik Colditz AG. Na de Tweede Wereldoorlog werd de situatie anders. Het gebied werd Oost Duitsland en het bedrijf werd omgedoopt in VEB Steingutfabrik Strehla. VEB staat voor ‘Volkseigener Betrieb’. Dat is een firma die openbaar eigendom was in de Duitse Democratische Republiek(1949-1990).

De Oost-Duitse firma maakte in de jaren zestig en zeventig vooral vazen en bloempotten, die in grote hoeveelheden naar onder andere Nederland werden geëxporteerd. Daarom zijn vazen van Strehla moeilijker te vinden in Duitsland dan vazen van West-Duitse firma´s. Het werk van de Oost-Duitse fabrikant Strehla is ingetogen van kleur, zeker als je het vergelijkt met de producten uit West-Duitsland. Vaak zit er een metaalglazuur over de basisglazuurlaag heen.
Strehla gebruikte meestal bruine klei.
Op de bodem staat een soort zeshoek met daarin de merknaam Strehla d.m.v. een inktstempel of ingedrukt, die soms onleesbaar is. Vaak staat de aanduiding ‘GDR’ vermeld. Het vaasnummer bestaat meestal uit vier cijfers en is ingedrukt in de bodem. Strehla stickerde zijn producten zelden. Het bedrijf sloot haar deuren in 1989.

merken - VEB Haldensleben
VEB Haldensleben

VEB Haldensleben 1945-1990 East Germany
VEB Haldensleben is de voortzetting van Carstens Uffrecht dat in 1845 door Jacob Uffrecht was opgericht.

Na de Tweede Wereldoorlog verloor de familie Carstens hun keramiek- en porseleinfabrieken op Oost-Duits grondgebied. Christian en Ernst Carstens richtten daarop in West-Duitsland de firma Carstens Tönnieshof op. Carstens Uffrecht werd in 1945 de Oost-Duitse vazenmaker VEB Haldensleben.

VEB Haldensleben concentreerde zich vooral op het maken van vazen. Deze waren van hoge kwaliteit. Net als de vazen van Strehla zijn de kleuren ingetogener dan de vazen uit West-Duitsland. Vaak zit er een metaalachtig glazuur op de vazen.

In 1990 werd Duitsland herenigd en daardoor kwam de voormalig Oost-Duitse fabriek weer in handen van de familie Carstens. De naam werd gewijzigd in Carstens Keramik Rheinsberg.

VEB Haldensleben gebruikte zowel witte als bruine klei. Op de bodem staat een cirkel met daarin een H met daaroverheen een omgekeerde driehoek. Het vaasnummer bestaat meestal uit vier cijfers, soms met een letter erachter of eronder. VEB Haldensleben stickerde zijn producten met een goudkleurig etiket met daarop het logo in rood. Het is niet bekend welke ontwerpers in dienst zijn geweest.

merken - VEB Steingutwerk Torgau
VEB Steingutfabrik Torgau

VEB Steingutfabrik Torgau 1948-1990 East Germany
VEB Torgau werd opgericht op 1 juli 1948 en was de opvolger van het bedrijf Villeroy & Boch, Keramische Werke AG (opgericht in 1927). Het bedrijf maakte voornamelijk huishoudelijk steengoed, sanitair en aardewerk.

De fabriek had door de gevolgen van de oorlog nauwelijks schade en de productie werd in mei 1945 hervat. In 1949 vond de eerste export naar de BRD, Denemarken, Nederland en de VS plaats. Dit waren aardewerk schalen en sanitair. In 1955 was het aantal exportlanden toegenomen tot 25.

De Spring Fair 1956 werd het grootste succes in de buitenlandse handel van de aardewerkfabriek. Voor het eerst konden gekleurde glazuren in zwart, groen, geel en blauw worden aangeboden.

Op 1 januari 1963 vond de aansluiting van de Duitse aardewerkfabriek VEB Dommitzsch als werkend onderdeel plaats. In 1967 werd de sanitaire productie van aardewerk veranderd in sanitair porselein. Sinds maart 1975 fungeerde de VEB-steenfabriek Torgau als hoofdbedrijf van de productgroep huishoudelijk aardewerk / sierkeramiek.
In 1990 werd de fabriek opnieuw overgenomen door het bedrijf Villeroy & Boch.

merken - Wekara
Wekera

Wekara 1845-1972 West Germany
Wilhelm Krumeich richtte Wekara in 1845 op in Ransbach-Baumbach. Vanaf de jaren vijftig van de twintigste eeuw gebruikte Wekara rode klei voor de vazen in sgraffito-stijl. Wekara maakte ook veel bierpullen (met en zonder metalen deksel) en ook mosterdpotten. De bierpullen zijn grijs van kleur (zoutglazuur) en zien er uit als steen.

Wekara heeft als kenmerk dat ze het modelnummer en de woorden ‘Western Germany’ en ‘Handarbeit’ vrij diep inkerfden met een typografisch strakke letter (daar waar Eiwa er handgeschreven uitziet). De ontwerpers van Wekara zijn onbekend.

707 - vaasje Scheurich 238-14 blauw-wit
Scheurich 238-14
829 - vaas West Germany Scheurich 213-20 bruin
Scheurich 213-20

West Germany
West-Duits aardewerk  ofwel Fat Lava.
West-Duits aardewerk is een naam gegeven aan aardewerk gemaakt in West-Duitsland tijdens de jaren 50, 60 en 70 – een tijdperk gezien als iets van
een gouden eeuw van keramiek waar pottenbakkers experimenteerden met kleur, glazuur en vorm. West-Duits aardewerk heeft enkele enorm verschillende vormen, stijlen en kleurenschema’s die uniek zijn voor deze productietijd. De meest bekende van deze looks is waarschijnlijk de onmiskenbare Fat Lava- stijl.

Misschien is de meest herkenbare eigenschap van aardewerk uit dit tijdperk het Fat Lava- glazuur dat het aardewerk zijn voelbare kwaliteit geeft. Er is discussie over wie de term heeft bedacht en wanneer, maar sindsdien is het synoniem geworden met West-Duits aardewerk uit die tijd.
West-Duits aardewerk is beroemd om het gebruik van gedurfde, heldere kleuren. Deze stukken zijn vaak verspringend met het zwarte puimsteenglazuur en vormen een geweldige manier om accenten toe te voegen aan neutrale decorschema’s. 

Er waren veel keramische studio’s in West-Duitsland in de naoorlogse decennia. 

Misschien wel de grootste en meest productieve studio van het tijdperk was Scheurich . In tegenstelling tot veel andere producenten is Scheurich vandaag nog steeds actief, zij het met een andere focus. Het blijft een enorm herkenbaar Duits merk.
ES Keramik was een andere grote producent met een reputatie voor kwaliteit en opvallende ontwerpen. ES Keramik had de neiging om laks te zijn over het markeren van hun aardewerk, wat problemen kan veroorzaken voor verzamelaars.
Weinig studio’s konden concurreren met de kwaliteit en het vakmanschap van Ceramano en Ruscha . 

Zenith Gouda

Plateelbakkerij Zenith Gouda 1919-1984 Nederland

Het Goudse aardewerkbedrijf van Zenith is ontstaan uit de pijpenfabriek P.J. van der Want Dit familiebedrijf maakte sinds 1749 van vader op zoon gekaste (in een messing mal geperste) pijpen en was gevestigd in de Keizerstraat in Gouda.

In 1917 besloot het bedrijf naast gegoten pijpen sieraardewerk te produceren. Vanaf 1919 werd de firmanaam gewijzigd in Plateel- en pijpenfabriek Zenith. Er werd gedecoreerd gebruiks-en sieraardewerk gemaakt, zoals: vazen, potten, kandelaars, rook- en likeurstellen, asbakken, wandborden, klokjes, lampvoeten, schalen. klokken, inktpotten. inktstellen en pennenbakjes.

De decors werden direct op de witte scherf geschilderd en daarna afgedekt met een transparant glazuur. In 1924 gaat de fabriek over op Gouds mat.
In de crisisjaren 1929-1940 ontwikkelde men gespoten glazuur, de vorm van het voorwerp kwam hierdoor beter tot zijn recht en een decoratieschilder werd niet meer nodig. Op het crisisaardewerk is daardoor ook geen schilders initiaal te vinden.

Zenith had de Aard Stolk (ontwerper) en Dirk Sibbes (keramisch technicus) in vaste dienst. Op freelance basis werden Jan van Schalk en Wim en Toon van Ham aangenomen als vormgevers en decorontwerpers. In 1925 werkte Cris Agterberg korte tijd als freelancer bij Zenith.

Na de staking van werknemers bij de Goudse plateelfabrieken (augustus 1928 en april 1929), waaronder de Plateelbakkerij Zenith en de daarop volgende crisisjaren kwam er een einde aan de uitbundige matgeglazuurde decors. Begin jaren 30 kregen veel plateelschilders hun ontslag. Rustiger, eenvoudiger decors kwamen op de markt.

Zenith kwam in die periode in contact met Willem Stuurman , een Amsterdams keramisch kunstenaar en leerling van Bert Nienhuis , die naar eigen zeggen ‘Glanzend en Mat Gouda’ zag als ‘een Arabisch tapijtje’. Hij koos voor een gespoten, expressief glazuur (meestal duotone), dat de vorm beter tot zijn recht deed komen. Voor Zenith maakte Stuurman een vierhonderdtal ontwerpen voor zowel modellen als decors. n 1934 verliet hij Zenith.

Rond 1935 steeg de vraag vanuit Amerika naar handgeschilderd delfts blauw en polychroom aardewerk. Toeristen stroomden toe en namen veel souvenirs mee naar huis. Het was ook de tijd van gedenkborden (onder andere Oranje-gelegenheidsborden en -bekers), vazen, geboortetegeltjes, broches, klompjes etc. In 1936 kwam Gerrit Piket op 14-jarige leeftijd bij Zenith werken. Hij werd een van de betere schilders van de firma. Hij werkte in zijn beginjaren samen met Jan van Ham als zijn leermeester aan nieuwe decors delfts blauw, delfts wit en polychroom.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) mocht het bedrijf alleen maar gebruiksartikelen produceren. Deze werden voornamelijk geëxporteerd naar Duitsland. Na de Tweede Wereldoorlog is er een forse toename geweest van kwaliteitsaardewerk. In 1968 was Zenith de grootste plateelfabriek van Gouda.

In 1980 was er een grote brand waarbij het magazijn en het archief verloren gingen. In 1984 sloot Zenith zijn deuren.